Blackjack strategieën

Bij blackjack zijn er verschillende factoren die invloed uitoefenen op de strategie. Naast toeval en geluk speelt ook de behendigheid van de speler een grote rol. Doordat dit soort spellen berusten op toeval en geluk is het altijd mogelijk om te winnen. Dit is ook de reden waarom blackjack zo populair is.

Gratis casino's
BonusBezoeken
Casino 1 logoBonus1Bezoeken
Bonus2Bezoeken
Casino 3Bonus3Bezoeken
Bekijk alle online casino's!

strategie voor beginners

Blackjack is een eenvoudig spel om te leren. Voor beginners is het handig om te beginnen met een aantal vuistregels. Al deze vuistregels zijn gebaseerd op de gok kans. Dit zorgt ervoor dat de speler over het algemeen de beste keuze maakt. Voor dat de vuistregels ter sprake komen is het eerst belangrijk om te weten waar te beginnen. Elke strategie begint bij de dealer. Wat voor kaart de dealer heeft, is erg belangrijk voor de strategie. Dit komt namelijk doordat er een percentage gekoppeld is aan de kaart. Dit percentage geeft aan hoeveel kans er is dat de bank zich dood koopt. Het gunstigste voor de speler is dat de bank tussen de twee en de zes heeft. Dit komt doordat het percentage dat de bank zich dood koopt het hoogst is tussen de twee en de zes. Het gunstigste voor de bank is een plaatje of een aas. Hierbij is het percentage het laagst dat de bank zich dood koopt.

De eerste vuistregels

Er zijn vijf vuistregels die erg belangrijk zijn om te onthouden. De eerste heeft te maken wanneer je moet passen. Dit hangt af van de kaart van de bank. Heeft de bank tussen de twee en een zes liggen dan pas je bij twaalf of hoger. Heeft de bank tussen de zeven en de aas liggen dan pas je bij zeventien of hoger. De tweede vuistregel heeft te maken met de aas. Als je een aas in je hand hebt dan stop je pas later. Als de bank tussen de twee en de zes heeft dan stop bij achttien. Heeft de bank tussen de zeven en de aas dan stop je bij negentien.

Andere vuistregels

De derde vuistregel gaat over dubbelen. Hier geld voor dat je met een negen dubbelt als de bank tussen een twee en een zes heeft. Je dubbelt een tien of elf als de bank tussen de twee en de negen heeft. De vierde vuistregel gaat over splitsen. Hier gelden de volgende waardes voor. Je splitst een 4-4, 5-5 en 10-10 nooit. Als je een 8-8 of aas-aas hebt splits je altijd. Voor 2-2, 3-3, 6-6, 7-7, en 9,9 geldt de regel dat je alleen splitst als de bank tussen een twee en een zes heeft.